Afrikaanse kunst, een afspiegeling van het originele Afrika, kan rekenen op een groeiende belangstelling. Maskers, beelden, rituele objecten en hedendaagse kunstwerken vinden hun weg naar westerse markten. Wat begeerte opwekt, gaat echter steevast gepaard met excessen: denk aan vervalsingen. Hoe zit dat met Afrikaanse kunst, zowel de oude als de hedendaagse? Zijn vervalsingen een marginaal fenomeen of juist een groeiend gevaar?
De fascinatie van het Westen voor Afrikaanse kunst heeft vervalsers ertoe gebracht een breed scala aan bedrieglijke praktijken in te zetten. Maar voordat we dit fenomeen onder de loep nemen, moeten we definiëren wat vervalsing is als we het over oude Afrikaanse kunst hebben. Didier Claes, als handelaar gespecialiseerd in klassieke kunst uit Centraal-Afrika, ziet het zo: ‟Een authentiek object is er een dat door een traditionele beeldhouwer werd gecreëerd voor rituele doeleinden. Een vervalsing daarentegen is een object dat is losgekoppeld van zijn gebruik en context, geproduceerd voor commerciële doeleinden, met als enige doel te misleiden. Deze praktijk gaat terug tot de 16e eeuw, met de eerste handel tussen Afrika en Europa. Het was echter in de postkoloniale decennia – de jaren 1960 en 1970 – dat het tot een wildgroei van vervalsingen kwam. Maar tegen die tijd was Afrika al ontdaan van vrijwel al zijn authentieke voorwerpen. Lokale ateliers begonnen dus vervalsingen te maken om aan de westerse vraag te voldoen. Vervalsers infiltreerden vervolgens de markt door hun objecten tussen de laatste authentieke stukken te smokkelen.ˮ