Goya

Alle ogen op Goya

Van de spottende glimlach van de hupse jongedames in zijn vroege werken tot het sombere zelfportret aan het einde van zijn leven, van de kille starheid van een aristocraat tot de peilloze ellende van arme stakkers: Francisco de Goya bleef zijn hele carrière lang gezichten schilderen en daarin de grillige verschijningsvormen van de menselijke ziel onderzoeken. In die zin was hij een van de grootste meesters aller tijden en een voorloper van de romantiek, het expressionisme en de moderniteit.

TEKST: Anne Hustache

Van alle kunstenaarscarrières is die van Francisco de Goya ongetwijfeld een van de meest bijzondere. De vader van Francisco, geboren in 1746, was vergulder en het kind werd spontaan zijn helper. Zijn tekentalent kwam al vroeg tot uiting, maar zijn opleiding nam veel tijd in beslag en pas toen hij al rond de veertig was, kon hij zich volledig aan het schilderen wijden. Hij maakte voor het eerst naam met kartons voor wandtapijten en enkele religieuze opdrachten. Vanaf dan ging het snel met zijn carrière en de kunstenaar oogstte veel succes. Zowel aristocraten als leden van de bourgeoisie stonden te popelen om een portret door hem te laten maken. Hij mocht zelfs de koninklijke familie schilderen. Zo beeldde hij koning Karel IV en zijn gezin met een verrassende tederheid af.