phidias

Phidias: het ideaal van de klassieke oudheid

De Musei Capitolini in Rome presenteren een reeks tentoonstellingen onder de titel I Grandi Maestri della Grecia Antica. Hier kan het publiek, zoals de titel al weggeeft, kennismaken met de meesters van het oude Griekenland. De eerste overzichtstentoonstelling gaat over de grootste beeldhouwer van de hoogklassieke periode: Phidias.

TEKST: Christophe Dosogne

Door de harmonie van zijn composities, de statigheid van zijn figuren en de juiste balans die hij wist te vinden tussen het reële en het ideale, had Phidias een aanzienlijke invloed op de kunst van zijn tijd, maar ook op de latere Romeinse beeldhouwers, die inspiratie putten uit zijn oeuvre, en zodoende ook op de grote kunstenaars van de Europese renaissance. Phidias was niet alleen actief als beeldhouwer, maar ook als architect, edelsmid en schilder. Hij heeft de collectieve artistieke verbeelding geprikkeld, van de oudheid tot nu.

Phidias, geboren in Athene omstreeks 490 v.Chr., stamde uit een familie van kunstenaars en was een protegé van de beroemde staatsman Pericles, ‘de eerste burger van zijn vaderland’.

Over zijn leven is weinig bekend, maar we weten dat hij de leerling was van de Atheense beeldhouwer Aegias en beeldhouwer Ageladas II, afkomstig uit Argos, samen met twee van zijn beroemde stadsgenoten, Myron en Polykleitos. Van deze twee meesters leerde Phidias zowel steen bewerken als metalen gieten, technieken waar hij later een uitblinker in zou worden. Samen met Polykleitos bestudeerde hij de presocratische filosofie van Anaxagoras, vooral gericht op een rationele verklaring van natuurlijke fenomenen. Aanvankelijk ging Phidias aan de slag als schilder, terwijl hij samenwerkte met zijn neef Panainos. Beeldhouwer werd hij blijkbaar pas in 479. Hij bleef actief tot in 432 v.Chr.

Rond 460 v.Chr. creëerde hij een kolossaal bronzen beeld van Athena Promachos, de beschermvrouwe van de stad, bestemd voor de Acropolis in Athene. Dat was een van zijn vroegste beeldhouwwerken. Tien jaar later verleende het stadsbestuur hem de titel van ‘episkopos’, belast met het toezicht op het geheel der werkzaamheden op de Acropolis, met name de bouw van het Parthenon, een tempel gewijd aan de godin Athena. Phidias maakte van dit reusachtige werk een collectief avontuur. Hij deed onder meer een beroep op vooraanstaande artistieke persoonlijkheden, zoals de architecten Ictinus, Kallikrates en Mnesicles, en de beeldhouwers Alcamenes, Cresilas en zijn helper Polykleitos, en verder degene die zijn favoriete leerling zou worden: Agoracritus. Zo werd het technische vernuft van Ictinus, de architect van het Parthenon, benut om het nieuwe, monumentale beeld van Athena Parthenos dat Phidias had ontworpen (15 meter hoog, inclusief de sokkel) een waardig onderkomen te bieden. Blijkbaar was het ook Phidias die tekende voor de modellen voor de twee frontons, de 92 metopen en het fries, rekening houdend met de mythologische thema’s die karakteristiek zijn voor zijn oeuvre, zoals de gevechten van de Grieken tegen de Amazones en de centauren. Hij hield nauwlettend toezicht op de uitvoering ervan door zijn atelier en voltooide het hele gebouw en de gebeeldhouwde decoraties in amper tien jaar.